Gereedschap koop je één keer, het liefst tweedehands

Er bestaat een categorie spullen waar tweedehands bijna altijd de betere keuze is, en dat is gereedschap. Een hamer, een schroevendraaier, een handzaag, een goede tang, dat zijn dingen die je met wat geluk je hele leven meegaan, en oud gereedschap is vaak steviger dan wat er vandaag goedkoop in de winkel ligt. Het is gemaakt uit degelijker staal en degelijker hout, in een tijd waarin gereedschap gemaakt werd om mee te gaan en niet om vervangen te worden.

Dat maakt de rekening simpel. Een gloednieuwe goedkope boormachine die na drie klussen begeeft, kost je uiteindelijk meer dan een degelijk tweedehands exemplaar dat nog jaren draait. Handgereedschap is bijna risicoloos om tweedehands te kopen, want je ziet meteen of iets nog deugt: een hamer met een vaste kop en een gaaf steel is een hamer die werkt, punt. Bij elektrisch gereedschap kijk je iets aandachtiger, laat je het draaien en luister je of het rustig loopt, maar ook daar valt de winst vaak de moeite waard uit.

Er is een tweede spoor dat nog verder gaat dan kopen, en dat is niet kopen. Veel gereedschap gebruik je een paar keer per jaar, en soms een paar keer in je leven. Een tegelsnijder, een grondboor, een hogedrukreiniger, dat zijn dingen die het grootste deel van de tijd stof staan te vangen. Voor zulk gereedschap is lenen van een buur of huren bij een uitleendienst vaak verstandiger dan kopen, hoe goedkoop het tweedehands ook is. Een boormachine die je bezit maar zelden gebruikt, is duurder per gebruik dan een geleende.

Wie zo begint te denken, richt zijn gereedschapskist anders in. Wat je vaak gebruikt, koop je één keer goed, het liefst tweedehands en van degelijke makelij. Wat je zelden nodig hebt, leen of huur je op het moment dat het moet. Zo staat je kist vol met wat je echt gebruikt, in plaats van vol met apparaten die je ooit kocht voor die ene klus en die sindsdien wachten op een tweede.

Dit artikel hoort bij het boek Tweedehands met meerwaarde.

Lees ook