De verborgen kost van iets nieuws

Een prijskaartje vertelt je wat een product jou kost, en verzwijgt wat het de wereld al gekost heeft voor jij het meeneemt. Die tweede kost is er altijd, ook al zie je hem niet. Voor het product in de winkel lag, zijn er grondstoffen gewonnen, is er geproduceerd, verpakt en getransporteerd, en dat alles heeft energie, water en materiaal verbruikt. Die verborgen kost betaal je niet aan de kassa, maar iemand of iets betaalt hem wel.

Het opvallende is waar die kost zit. Voor de meeste spullen ligt het zwaarste deel van de milieu-impact niet in het gebruik, maar in de productie, in alles wat gebeurde voor het ding bestond. Een nieuw toestel dat je energiezuinig gebruikt, heeft zijn grootste voetafdruk al achter de rug op het moment dat je het aanzet. Dat verandert de vraag die er echt toe doet. Niet: hoe zuinig gebruik ik dit? Maar: hoefde dit wel gemaakt te worden, of bestond er al iets wat het werk kon doen?

Precies daar wint tweedehands. Wie een bestaand voorwerp opnieuw gebruikt, laat die verborgen productiekost niet nog een keer maken. De rugzak is al gevuld, en jij gebruikt hem verder in plaats van een nieuwe te laten vullen. Dat is de reden waarom hergebruik ecologisch bijna altijd beter uitvalt dan nieuw kopen, zelfs wanneer het nieuwe product zuiniger is in gebruik. Het zuinigere nieuwe toestel moet eerst zijn eigen productiekost goedmaken voor het die zuinigheid begint terug te verdienen, en dat duurt vaak langer dan mensen denken.

Je hoeft daarvoor geen berekeningen te maken bij elke aankoop. Het volstaat te beseffen dat elk prijskaartje een deel van de rekening verzwijgt, en dat je die verzwegen rekening vermijdt zodra je kiest voor iets wat al bestaat. De goedkoopste nieuwe optie is zelden de goedkoopste als je die verborgen kost meerekent, en tweedehands is de manier om hem gewoon niet te laten ontstaan.

Dit artikel hoort bij het boek Tweedehands met meerwaarde.

Lees ook