Wat kinderen leren als ze niet alles nieuw krijgen

Er zit een les in tweedehands die weinig met geld te maken heeft, en die je het duidelijkst ziet bij kinderen. Een kind dat opgroeit met de vanzelfsprekendheid dat alles nieuw komt, in een doos, met plastic eromheen, leert iets anders over spullen dan een kind dat meegaat naar de kringloopwinkel en ziet dat een goede vondst ook een vorm van slim is. Het eerste kind leert dat waarde iets is wat je koopt. Het tweede leert dat waarde iets is wat je ziet en soms zelf maakt.

Dat klinkt zwaarder dan het is, want voor het kind voelt het als een spel. Zoeken tussen de rekken, een schat vinden voor weinig geld, een kapot speelgoed samen weer aan de praat krijgen, dat is voor een kind avontuur en niet moraal. En net omdat het geen les lijkt, blijft ze hangen. Een kind onthoudt niet dat je hem vertelde dat sparen belangrijk is. Het onthoudt dat het samen met jou een fiets weer rijklaar maakte en er daarna trots op rondreed.

Er zitten vaardigheden in die je nergens anders zo makkelijk meegeeft. Herstellen in plaats van vervangen. Inschatten of iets nog deugt. Geduld hebben tot je de juiste vondst tegenkomt in plaats van meteen het nieuwste te willen. Dat zijn dingen die een kind niet leert van een scherm en zelden van een winkel, en die het bijna terloops oppikt wanneer hergebruik een gewoon deel van het gezinsleven is.

Je hoeft er geen project van te maken. Neem een kind mee naar de rommelmarkt, laat het zelf iets uitzoeken binnen een klein budget, en herstel af en toe samen iets in plaats van het weg te doen. De les die daaruit groeit, is er een die het kind meeneemt naar een tijd waarin het zelf beslist wat het koopt en wat het weggooit. En die les kost je niets, want ze zit ingebakken in wat je toch al aan het doen bent.

Dit artikel hoort bij het boek Tweedehands met meerwaarde.

Lees ook