Niet elk sterk gevoel is intuïtie

Een van de moeilijkste dingen bij beslissen is het onderscheid tussen intuïtie en impuls. Beide kunnen sterk aanvoelen. Beide kunnen snel opkomen. Beide kunnen je in beweging zetten. Maar ze zijn niet hetzelfde.

Impuls voelt vaak dringend. Je moet nu reageren. Je moet nu beslissen. Je moet nu iets zeggen, kopen, stoppen, tekenen of toezeggen. Er zit spanning in. Een opgejaagdheid. Een gevoel van “als ik nu niets doe, mis ik iets of loopt het fout.”

Intuïtie klinkt meestal anders. Intuïtie is vaak stiller. Ze voelt niet noodzakelijk makkelijk, maar wel helder. Ze dwingt minder en wijst meer.

Een impuls wil onmiddellijke ontlading. Intuïtie kan wachten op toetsing.

Dat verschil is relevant in heel wat professionele situaties:

  • snel “ja” zeggen om iemand niet teleur te stellen;
  • te snel investeren vanuit enthousiasme;
  • een samenwerking afwijzen omdat iets ongemakkelijk voelt;
  • een conflict forceren omdat de spanning te hoog wordt;
  • blijven vasthouden omdat verandering angst oproept.

De vraag is niet of je gevoel aanwezig mag zijn. De vraag is welk soort gevoel het is.

Een praktische check:
1. Voelt dit rustig of opgejaagd?
2. Kan ik dit gevoel onderzoeken zonder dat het instort?
3. Is er ervaring achter dit gevoel?
4. Sluit het aan bij mijn waarden?
5. Zou ik hetzelfde voelen na een nacht slaap?

Professioneel beslissen betekent niet dat je je gevoel wantrouwt. Het betekent dat je het leert lezen. Want een sterk gevoel kan een waardevol signaal zijn. Maar het is niet automatisch een goed kompas.

Deze post maakt deel uit van een reeks inzichten uit mijn boek ‘Beslis met vertrouwen – Van twijfel naar daadkracht in een complexe wereld’.

Geef een reactie