Waarom een stap terug soms je beste beslissing is

Wie met een moeilijke beslissing vastzit, gaat meestal harder werken: nog een analyse, nog een vergadering, nog een scenario. Twee schrijvers uit de vorige eeuw keken daar anders naar, en de psychologie heeft hen intussen deels gelijk gegeven.

Kurt Vonnegut liet in zijn debuutroman Player Piano (1952) een personage zeggen dat een stap terug na een verkeerde afslag een stap in de goede richting is. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in organisaties gebeurt het zelden. Hal Arkes en Catherine Blumer toonden in 1985 hoe sterk mensen vasthouden aan een gekozen koers zodra er al tijd of geld in zit. Dat sunk-cost-effect maakt terugkeren psychologisch duur, ook wanneer het de verstandigste optie is.

Aldous Huxley schreef over de “law of reversed effort”, een idee dat teruggaat op de Franse psychotherapeut Émile Coué: hoe krampachtiger je iets probeert af te dwingen, hoe slechter het lukt. Daniel Wegner vond daar later een experimentele tegenhanger voor. Wie een gedachte bewust probeerde te onderdrukken, kreeg ze onder mentale belasting net vaker terug.

Voor wie beslissingen moet nemen, levert dat twee bruikbare vragen op. Durf ik terug te komen op een keuze waar al veel in geïnvesteerd is, als de feiten intussen veranderd zijn? En ben ik op dit moment helder genoeg om te beslissen, of probeer ik vooral mijn eigen onrust weg te werken?

In mijn boek Beslis met vertrouwen ga ik dieper in op de valkuilen die ons bij beslissen parten spelen en op manieren om er bewuster mee om te gaan.

Welke beslissing heb jij ooit teruggedraaid, en wat heeft dat je opgeleverd?